bang,
geen gebibber van de schrik.
Wij zijn niet bang,
stoere jokers kent de mik.
Ons leven landt op onze allerlaatste snik.
Zijn wij niet bang.
Wij zijn niet bang.
We zijn zo flink, we zijn zo stoer.
Wij zijn niet bang.
Niemand draait ons nog een roer.
Helpen zijn we al zo lang.
En voor de duivelijze moer.
Zijn wij niet bang.
Je kunt in het café gewoon,
weg niet aan hen voorbij.
De een die overdroeg,
de ander met op schepperij.
Dan worden heel wat grote
helden daden opgezond.
Ze brullen allemaal
totdat hun vrouwtje binnenkomt.
Wij zijn niet bang.
Geen gedippen, wat een schrik.
Wij zijn niet bang.
Stoere jongens, kentemik.
Ons leven landt op z 'n allerlaatste snik
Zijn wij niet bang
Wij zijn niet bang
We zijn zo bleek, we zijn zo stoer
Wij zijn niet bang
Niemand draait ons nog genoer
Helder zijn we al zo lang
Er wordt een duivel en z 'n moer
Zijn wij niet bang
Ja, als een vrouw erbij is, oh,
dan wordt het toch zo stil.
Hun grote monden blijven dicht,
omdat mama dat wil.
Ze staan onder de plak,
zijn stuk voor stuk van toffel hel.
Zolang de vrouw erbij is,
wordt dit echt niet meer verteld.
Wij zijn niet bang.
Geen gewipper van de schrik.
Wij zijn niet bang.
Stoere jongens, kentemik.
Ons leven lang, tot onze allerlaatste stik,
zijn wij niet bang.
Wij zijn niet bang.
We zijn zo flink, we zijn zo stoer.
Wij zijn niet bang.
Niet wat draait ons door verroer.
Helder zijn we al zo lang.
En voor de duivel en z 'n moer.
Zijn wij niet bang.
Wij zijn niet bang.
Geen gewitter van de schrik.
Wij zijn niet bang,
stoere jongens schenkt een wik
Ons leven lang, tot onze allerlaatste snik
Zijn wij niet bang
Wij zijn niet bang, we zijn zo flink,
we zijn zo stoer
Wij zijn niet bang,
die man draait ons nog van roer
Helpen zijn we al zo lang,
en wordt het duivel uit z 'n moer
Zijn wij niet bang
Heeehaa! Ha!
Heeehaa! Ha!
Heeehaa!