Over mijn roodhouten schrijfkabinet
Urenlang staar ik met brandende ogen
Rondom mij heen ligt de wereld in ruste,
maar een licht vermengt zich met geur van jasmijn.
Zo was de nacht dat voor het eerst ik haar kuste,
nimmer zal ik zo gelukkig meer zijn.
Zij was gekleed in rips piqué,
in rips piqué, in rips pi qué.
van brons groen rips piqué.
Waar is die hemelse zomer ge bleven,
Elsa tezaam heeft gebracht?
weer, zolang ik moog le ven,
Kon er op erde een liefde
Kon nog iets anders mij lokken, mij boeien,
dan het verpozen met haar aan mijn zij.
Zij ging gekleed in ripspiké,
in ripspiké, in ripspiké,
in één japon van ripspiké,
Toen zonk ik weg in de draaikolk der zinnen,
werd onze reine van knochtheid besmet,
Tijdens die nacht van het eerste couplet
Toen zij de bovenste knoop
Stiet zij mijn eerloze hand van zich af
Dat was het eind van mijn lusthandelingen
Die zij mijn nimmer, ach,
Zij bleef gekleed in ripspiké, in ripspiké,
Ja pan van ripspiké, van bronsgroen
Ondertitels ingediend gemeenschap